Aha #6 - Wat doe ik met modellen met afwijkende posities?

Situatie

Het is in een BIM-project van belang om eenduidige afspraken te maken over de positie en oriëntatie van de modellen ten opzichte van het nulpunt. In de praktijk kan het echter voorkomen dat je een aspectmodel ontvangt dat afwijkt van deze projectafspraken. Hoe je dit kan controleren en corrigeren behandelen we in deze ‘Aha!’.

Oplossing

Controleren

Om in beeld te krijgen hoe posities van de terrein (site) en het gebouw (building) van verschillende aspectmodellen zijn ingesteld is het belangrijk om een viewer te gebruiken die geen automatische correcties uitvoert.

Met Areddo is vrijwel direct zichtbaar of er verschillen zijn in de posities van de aspectmodellen. Afwijkingen worden vermeld in het ‘info’-tabblad. Het is dus aan te raden om een IFC-model te controleren in Areddo voordat je deze importeert in je project.

Corrigeren

Bij import van een IFC-model in Adomi wordt de aanwezige informatie over de oriëntatie van het model (IfcSite) opgeslagen en bewaard in Adomi, om te gebruiken bij de import van de volgende modellen en tijdens de export.

Belangrijk is dus dat het eerste model dat geïmporteerd wordt, op de juiste positie staat ten opzichte van het nulpunt. Opvolgende modellen die geïmporteerd worden, kunnen dan gecorrigeerd worden met de instellingen van het eerste model.

Wanneer de eerste import toch de juiste site informatie bevat, is het mogelijk om de foutieve site te overschrijven met de site uit een correct aspectmodel:

1. Importeer in een leeg project een IFC-model waarvan bekend is dat het een correct nulpunt heeft.
2. Sla het model op en sluit Adomi af.
3. Open de projectbibliotheek in Adomi en selecteer de component IFCSITE.
4. Kopieer de component ‘IFCSITE’ naar het klembord (Ctrl+C).
5. Open de projectbibliotheek van het project met het foute nulpunt met Adomi.
6. Plak de component IFCSITE, met het correcte nulpunt, in de projectbibliotheek (Ctrl+V).
7. Sluit de projectbibliotheek en open de tekening.

Delen via LinkedIn