Controleer stelsel
Functie
Controleren of het stelsel geldig is en, in het geval van een rioolstelsel, aan de norm voldoet.
Algemene werking
Deze functie heeft het startpunt of een stelselonderdeel van een stelsel nodig om te weten op welke stelsel de controle moet worden uitgevoerd.
Dit kan van te voren geselecteerd zijn, of kan worden geselecteerd na het starten van de functie.
De functie controleert of er sprake is van een samenhangend stelsel.
Als het maximum aantal secties (16.383), toestellen (4.095) of startpunten (511) in één tekening overschreden is, dan wordt hier bij het starten van de functie melding van gemaakt.
W-techniek
Is het stelsel een rioolstelsel, dan wordt tevens gecontroleerd of de sectielengtes voldoen aan de NTR 3216 norm.
De secties die niet aan de eis voldoen, zijn na afloop geselecteerd, en er wordt een melding gegeven van het gevonden probleem.
Als alle sectielengtes in het stelsel aan de norm voldoen en het stelsel is geldig, dan verschijnt hiervan een melding.
Elektrotechnisch
Er wordt controleert dat:
De fases overeenkomen van beveiligingen met waarop de rail of groep van deze beveiliging is aangesloten.
Het aantal fasen van een verbruiker overeen komen met een groep.
Een verbruiker met 'Als enige aan groep' markering daadwerkelijk als enige aan die groep hangt.
De VVA van een stelsel niet over de aansluiting heen gaat.
Er geen dubbeling zijn in namen van verdeelkasten, rails, groepen, schakelgroepen, gelijktijdigheidsgroepen, kastcomponenten, leidingen en vermogenscodes.
Er geen losse toestellen in de tekening staan.
Brandmeldinstallaties
Er wordt controleert dat:
Er geen dubbeling zijn in namen van brandcentrales of dubbeling in adressen.
De volledige lus hetzelfde adres heeft.
Lussen niet aftakken en eindigen bij een toestel of terug bij de brandmeldcentrale waar ze vandaan komen.
Er een toestel zonder adres is.
Er een toestel is met een adres dat niet overeenkomt met de lus waar het op aangesloten is.
Er geen IOs zijn waar teveel inputs of outputs op aangesloten zijn.