Uitwerken stelsel

Functie

Dit commando werkt het stelsel getekend met de objecten uit een merkloze bibliotheek uit door het te dimensioneren, buizen te plaatsen en, indien beschikbaar, ook hulpstukken. Hiertoe worden de commando's Controleer stelsel, Dimensioneer stelsel en Zoek hulpstukken na elkaar uitgevoerd.

Bij het ontwerpen van brandmeldinstallaties wordt de adressering uitgevoerd.

W-techniek

  • Bij het activeren van het commando worden de commando's één voor één uitgevoerd.

  • Een volgend commando wordt alleen gestart wanneer het vorige commando zonder problemen voltooid is.

  • Zie voor de exacte werking de beschrijving van commando's zelf.

Brandmeldinstallaties

De adressering wordt automatisch ingevuld voor alle elementen zonder adres of lusnummer.

  • Op de centrale lus worden brandmeldcentrales en panelen genummerd vanaf 1. Als een adres is toegewezen op de centrale lus zal deze niet meer veranderen tot het adres weer weggehaald wordt van de lus met 'Wijzig eigenschappen'. Een voorvoegsel in de nummering op de centrale lus is in te stellen door een lusdeel van de centrale lus te bewerken met 'Wijzig eigenschappen'.

  • Startende met de hoofdcentrale krijgen alle lussen in het stelsel een uniek nummer vanaf '1'. Als een hoofdcentrale bijvoorbeeld 3 lussen heeft krijgen deze de nummers 1, 2 en 3. Een tweede centrale begint dan te nummeren vanaf lusnummer 4. Als een lusnummer is toegewezen, dan zal deze niet meer veranderen tot het lusnummer weer weggehaald wordt van de lus met 'Wijzig eigenschappen'.

  • Op elke lus worden de toestellen in de tekenrichting genummerd vanaf '1'. Toestellen krijgen het lusnummer als voorvoegsel, gevolgd door een punt. Het eerste element op lus 3 zal dus adres '3.1' krijgen. Adressen van toestellen zullen opnieuw toegewezen worden als er een toestel tussengevoegd wordt.

  • De nummering van de toestellen kan in tegengestelde richting omgezet worden door de schakelaar 'Nummering omdraaien' op het 'Wijzig eigenschappen' formulier van de lus.

  • Adressen van alle toestellen van het gehele stelsel zijn vast te zetten via de knop 'Adressering vastzetten' op het 'Wijzig eigenschappen' formulier van de hoofdbrandmelcentrale (HBMC). Van losse toestellen is het adres ook vast te zetten, met de schakelaar 'Adres vastzetten' op het 'Wijzig eigenschappen' formulier van het toestel.

  • Elk contact en elke nevenindicator wordt genummerd vanaf 'a'. Deze subtoestellen worden op basis van de tekenvolgorde genummerd. Subtoestellen krijgen een prefix van het toestel waar op het subtoestel aangesloten is. Een subtoestel aangesloten op toestel '3.1' krijgt dus '3.1a'.

Tip

In het geval van foutmeldingen raden we aan om de verschillende commando's apart uit te voeren.

Elementhoogte gebruiken voor toestelleidingen

  • Voor toestellen die een referentievlak hebben dat gelijk is aan dat van de horizontale sectie aldaar en een negatieve of positieve elementhoogte, wordt bij het uitvoeren van deze functie automatisch een verticale toestelleiding ingevoegd.

  • Deze toestelleiding krijgt als referentievlak dat van de horizontale sectie en als elementhoogte de elementhoogte die aan het toestel was toegekend.

  • Het toestel krijgt daarna als referentievlak de waarde die oorspronkelijk als referentievlak was ingevuld, met daarbij de oorspronkelijke elementhoogte opgeteld. De elementhoogte van het toestel wordt ingesteld op 0.