Lozingstoestel

Functie

Het invoegen van een lozingstoestel.

Werking

  • Met deze functie kan een lozingstoestel worden toegevoegd aan het einde van een sectie.

Instellingen lozingstoestel

  • Toestel

    • Het stelselement Lozingstoestel bevat een verwijzing naar een lozingstoestel in de bibliotheek.

  • Gereduceerde diameter (mm)

    • Hier vult u de gereduceerde minimale binnenmiddellijn voor het staande deel in.

    • De waarden zijn afgeleid van de NTR 3216.

    • Een reductie van de binnenmiddellijn voor het staande deel van de toestelleiding inclusief het horizontale deel tussen de stankafsluiter en het staande deel is toegestaan, mits er slechts een staand deel met een lengte van ten hoogte 1.5 meter aanwezig is. Bovendien dient het horizontale deel tussen de stankafsluiter en het staande deel niet langer te zijn dan 0.5 m .

    • Als u de betreffende leidingdelen invoert in het programma, dan zal het programma zelf deze keuze bepalen.

  • Nominale diameter (mm)

    • Hier vult u de basiswaarden in van de minimale binnenmiddellijn voor de toestelleiding.

    • De basiswaarde wordt gebruikt wanneer de aansluitlengte, vanaf de verzamelleiding naar het toestel, niet langer is dan 3.5 meter en de gereduceerde aansluitmaat niet van toepassing is.

  • Basis volumestroom (l/s)

    • In tabel 3 van NEN 3215 vindt u de basisafvoer van de meest voorkomende lozingstoestellen voor huishoudelijk water.

    • Deze afvoercapaciteit is bestemd voor de betreffende lozingstoestellen.

    • Per type of fabrikaat kunnen deze capaciteiten afwijken.

    • De capaciteit geeft u op in l/s.

    • Wanneer u een combinatie van afvoeren wilt gebruiken, kunt u gebruik maken van Combinatie lozingstoestellen.

    • Via deze optie is het mogelijk om de invoer bij repeterende rioolstelsels te vereenvoudigen.