Brandmeldcentrale
Op een brandmeldcentrale kunnen getekende lussen aangesloten geworden. Elke brandmeldinstallatie heeft één hoofdbrandmeldcentrale, die als startpunt van de brandmeldinstallatie geldt. Het is daarnaast mogelijk om desgewenst aanvullend subcentrales (BMC) aan de installatie toe te voegen.
Het bovenste bolletje van de HBMC kan verbonden worden met een centrale lus. Op deze centrale lus kunnen BMCs aangesloten worden met het bovenste bolletje. Je verbindt centrales dus aan elkaar via de centrale lus, die steeds aan het bovenste bolletje van elke centrale aangesloten wordt.
Op het onderste bolletje van een centrale kunnen de lussen aangesloten worden waar de melders, signaalgevers en IO-modules op aangesloten kunnen worden.
Kies je voor het wijzigen of toevoegen van een HBMC of BMC, dan kun je de volgende eigenschappen bepalen:
Naam: de unieke naam van de (H)BMC.
Omschrijving: desgewenst kun je de (H)BMC van een extra toelichtende tekst voorzien door hier een omschrijving in te vullen.
Kastnummer: het unieke volgnummer van een (H)BMC. Wordt, wanneer leeg gelaten, ingevuld door 'Uitwerken stelsel'.
Adressering vastzetten: een knop die alleen beschikbaar is op de HBMC. Zet de adressering vast voor alle toestellen in het stelsel. Gebruik deze knop als de implementatie van het systeem gestart is en de nummering van toestellen niet meer gewijzigd mag worden.