Kastcomponent
Kastcomponenten zijn componenten die in een verdeelkast worden toegepast: beveiligingen tegen overbelasting en/of verschilstroom, netaansluitingen, hoofdschakelaars en losse componenten als KwH-meters. De types kastcomponenten in het project kunnen worden beheerd door de functie 'Wijzig eigenschappen' uit te voeren voor een verdeelkast, en vervolgens te klikken op de knop [ Beheren ] bij het onderdeel 'Kastcomponenten'. Vervolgens wordt het overzicht van alle in het project aanwezige kastcomponenttypes getoond, inclusief de maximale stroom (A) en het eventuele beveiligingstype. Je ziet hier initieel de meest gangbare types kastcomponenten, die in Adomi als standaard zijn ingesteld. Door op een kastcomponent rechts te klikken, kun je kiezen om de betreffende kastcomponent te wijzigen (sneltoets: Ctrl + E) of te verwijderen (sneltoets: Del). Je kunt hier ook een type kastcomponent toevoegen (sneltoets: Ctrl + N). Voor [ Wijzigen ] en [ Toevoegen ] van kastcomponenten kunnen ook de knoppen onderaan het dialoogvenster gebruikt worden. Is het beheren van de kastcomponenten gereed, dan keer je met de knop [ OK ] terug in het eigenschappenvenster van de verdeelkast, en desgewenst met nogmaals [ OK ] weer terug in de tekening, waar je oorspronkelijk vandaan kwam voordat je kastcomponenten ging beheren.
Kies je voor het wijzigen of toevoegen van een kastcomponent, dan kun je de volgende eigenschappen bepalen:
Naam: hier geef je naar wens een unieke naam voor de kastcomponent op.
Type (beveiliging): selecteer hier welk type kastcomponent je bedoelt. Is de kastcomponent een beveiliging, dan kies je hier voor beveiliging tegen overbelasting, verschilstroom of de combinatie van die twee. Is de kastcomponent niet bedoeld om te beveiligen, dan heb je de opties netaansluiting, schakelaar of overig.
Uitschakelkarakteristiek: voor kastcomponenten die beveiligen tegen overbelasting (of een combinatie van overbelasting en verschilstroom) kan hier de uitschakelkarakteristiek worden gekozen.
Pasvorm: deze eigenschap is alleen beschikbaar voor de types 'Houder' en 'Overbelasting'. Kies hier voor zowel houder als patroon de pasvorm van het patroon. Een overbelasting wordt als een patroon beschouwd, wanneer de pasvorm anders is dan 'DIN-rail'.
Max. stroom (A): vul hier de maximale stroom in die door deze kastcomponent heen mag, in ampère.
Verschilstroom (mA): voor kastcomponenten die beveiligen tegen verschilstroom (of een combinatie van overbelansting en verschilstroom) kan hier de maximale verschilstroom ingevuld worden, in mA.
Aantal fasen: het aantal fasen waar het kastcomponent op aangesloten dient te worden. Kies hier 2 fasen als het om een kookgroep gaat.
Symbool: hier stel je het symbool in dat in het installatieschema getoond zal worden op de plek waar dit type kastcomponent wordt toegepast. Je kunt eventueel ook zelf een nieuw symbool toevoegen.
Prefix: geef hier desgewenst een prefix (voorvoegsel) op dat voor het groepnummer zal worden geplaatst bij groepen waar deze kastcomponent wordt toegepast.
Je kunt de eigenschappen van meerdere kastcomponenten tegelijk bewerken door ze met Ctrl ingedrukt één voor één te selecteren, en daarna de eigenschappendialoog op te roepen met de sneltoets Ctrl + E.