Word productspecialist installatietechniek!

Rail

Een rail is een met elkaar verbonden deel in de kast achter één kastcomponent, waar groepen of andere rails op aangesloten kunnen worden. De verdeelkast bestaat altijd uit één hoofdrail. Elke rail kan op 3 fasen of één specifieke fase aangesloten worden.

De rails in een verdeelkast kunnen worden beheerd door de functie 'Wijzig eigenschappen' uit te voeren voor een verdeelkast, en vervolgens te klikken op de knop [ Beheren ] bij het onderdeel 'Rails'. Vervolgens wordt het overzicht van alle in de verdeelkast aanwezige rails getoond, inclusief de eventuele andere rail waar de rail op aangesloten is en de kastcomponent die is toegepast op deze rail. Door op een rail rechts te klikken, kun je kiezen om de betreffende rail te wijzigen (sneltoets: Ctrl + E) of te verwijderen (sneltoets: Del). Je kunt hier ook een rail toevoegen (sneltoets: Ctrl + N). Voor [ Wijzigen ] en [ Toevoegen ] van rails kunnen ook de knoppen onderaan het dialoogvenster gebruikt worden. Is het beheren van de rails gereed, dan keer je met de knop [ OK ] terug in het eigenschappenvenster van de verdeelkast, en desgewenst met nogmaals [ OK ] weer terug in de tekening of het stelseloverzicht, waar je oorspronkelijk vandaan kwam voordat je rails ging beheren.

Kies je voor het wijzigen of toevoegen van een rail, dan kun je de volgende eigenschappen bepalen:

  • Sluit aan op: hier kies je een verdeelkast waarin de rail wordt aangebracht.

  • Op rail: kies je hier voor de waarde 'Geen', dan wordt deze rail direct op de verdeelkast aangesloten. Er mag maar één rail direct op de kast aangesloten worden. Dit noemen we de hoofdrail. Kies je hier voor een andere rail, dan is de huidige rail een subrail van die rail.

  • Railnaam: hier geef je naar wens een unieke naam voor de rail op.

  • Omschrijving: desgewenst kun je de rail van een extra toelichtende tekst voorzien door hier een omschrijving in te vullen.

  • Railamperage: vul hier het aantal ampère in wat maximaal op deze rail aangesloten mag worden.

  • Kastcomponent: selecteer hier het kastcomponent waarmee deze rail beveiligd wordt. Met de knop [ ... ] kun je de eigenschappen hiervan zo nodig direct bewerken. Je kunt ook zelf een nieuw type kastcomponent aanmaken met de knop [ + ]. Zie voor meer informatie de informatie over het beheren van kastcomponenten.

  • Patroon: het patroon wat in de houder gezet wordt gekozen bij 'Kastcomponent'. Alleen beschikbaar als het gekozen component bij 'Kastcomponent' een houder is. Met de knop [ ... ] kun je de eigenschappen hiervan zo nodig direct bewerken. Je kunt ook zelf een nieuw patroon aanmaken met de knop [ + ]. Zie voor meer informatie de informatie over het beheren van kastcomponenten.

  • Volgnummer kastcomponent: een afwijkend identificatienummer voor een kastcomponent. Dit identificatienummer wordt weergeven in het installatieschema bij het kastcomponent. Het volgnummer krijgt de ingestelde prefix van het gekozen kastcomponent.

  • Notitie kastcomponent: een notitie voor het kastcomponent. Deze wordt onder het kastcomponent weergeven in het installatieschema.

  • Secundair kastcomponent: een tweede kastcomponent, die na het kastcomponent in het installatieschema komt te staan.

  • Volgnummer secundair kastcomponent: een afwijkend identificatienummer voor het secundaire kastcomponent.

  • Notitie secundair kastcomponent: een notitie voor het secundair kastcomponent.

  • Leiding: kies hier welk type leiding er gebruikt wordt om de rail met de bovenliggende rail of de verdeelkast te verbinden. Met de knop [ ... ] kun je de eigenschappen hiervan zo nodig direct bewerken. Je kunt ook zelf een eventueel ontbrekend type leiding aanmaken met de knop [ + ]. Er vindt geen controle plaats op de geschiktheid van het type leiding en de lengte ervan voor de ontworpen verbinding.

  • Fase: stel hier in op welke fase(s) deze rail wordt aangesloten. Het aantal fases moet matchen met het gekozen kastcomponent.

Je kunt de eigenschappen van meerdere rails tegelijk bewerken door ze met Ctrl ingedrukt één voor één te selecteren, en daarna de eigenschappendialoog op te roepen met de sneltoets Ctrl + E.