Beginpunt

Functie

Het invoegen van een beginpunt.

Werking

  • Een stelsel kan slechts één beginpunt bevatten.

  • Bij aanvang van een nieuw project is dit stelselelement geselecteerd en worden de eigenschappen daarvan getoond.

  • Het beginpunt van het stelsel is het eindpunt van het rioleringstelsel.

  • In het stelsel wordt bij een beginpunt de omschrijving van het project getoond.

Eigenschappen beginpunt

  • Project

    • Hier kan de naam van het project worden ingevuld.

  • Omschrijving

    • In dit veld kan een korte omschrijving worden ingevuld.

  • Temperatuur aanvoer (°C)

    • Hier vult u de aanvoertemperatuur in van de installatie.

    • Meestal is deze temperatuur 90°C.

    • De aanvoertemperatuur moet groter zijn dan 5°C en kleiner dan 100°C.

    • Uiteraard moet de aanvoertemperatuur hoger zijn dan de retourtemperatuur.

    • Houdt u er rekening mee dat als u een afwijkende aanvoer- en retourtemperatuur kiest, de warmteafgifte van uw radiatoren ook wijzigt.

  • Temperatuur retour

    • Hier vult u de retourtemperatuur in van de installatie.

    • Meestal is deze temperatuur 70°C.

    • De retourtemperatuur moet groter zijn dan 5°C en kleiner dan 100°C, en kleiner dan de aanvoertemperatuur.

  • Weerstandsfactor In een leidingnet zijn meestal een groot aantal hulpstukken (appendages) zoals bochten, knieën, T-stukken etc. opgenomen.

    • Door het plaatsen van die hulpstukken wordt de waterstroom versneld of vertraagd.

    • De grootte van dit drukverlies kan specifiek per buis worden berekend.

    • Doordat de invoer deze specificatie zeer tijdrovend is, wordt in de praktijk met een vuistregel gewerkt.

    • Als regel wordt voor de plaatselijke weerstanden volstaan met een toeslag van 20 tot 40 % op de wrijvingsverliezen: 20 % voor leidingen met weinig hulpstukken en 40 % voor een leidingdeel waar veel hulpstukken in zijn opgenomen.

    • Wanneer er sprake is van een aanzienlijk drukverlies, afwijkend van het percentage leidingnet algemeen, dan kunt u een reduceertoestel opvoeren.

  • Maximale stroomsnelheid

    • Voor het berekenen van het stelsel maakt u hier een keuze met welke maximaal toelaatbare stroomsnelheid u het stelsel wilt berekenen.

    • De maximale stroomsnelheid wordt gekozen om erosie te voorkomen en om geluidsproductie c.q. geluidshinder tegen te gaan.

    • De maximale stroomsnelheid kan men ook gebruiken om het leidingnet te ontwerpen.

    • Bij het ontwerpen c.q. berekenen van het leidingnet kan men van drie ontwerpprincipes uitgaan.

      • Ten eerste de methode van constante snelheid.

      • Ten tweede de methode van constante wrijving.

      • Ten derde een combinatie van beide.

    • Wanneer we op dit item een maximale snelheid kiezen en de pompdruk en het drukverlies per meter leidinglengte zodanig selecteren dat deze geen begrenzing vormen voor de te selecteren leidingdiameters, dan berekent het programma de diameters op basis van de maximale stroomsnelheid.

    • Over het algemeen verkrijgt men dan de kleinste diameters, vooral bij grotere capaciteiten.

    • De stroomsnelheid moet groter worden gekozen dan de waarde 0 en kleiner dan 10 m/s.

  • Maximaal drukverlies

    • Voor het berekenen van het stelsel maakt u hier een keuze met welke maximaal toelaatbare drukverlies per meter buis u het stelsel wilt berekenen.

    • Naast de maximale stroomsnelheid kan ook het drukverlies per meter leidinglengte worden begrensd.

    • Naast de berekening van constante snelheid kan de installatie ook worden berekend op een constant drukverlies.

    • Wanneer u op een constante drukverlies wilt berekenen, dan dient u wel de stroomsnelheid zodanig hoog te kiezen dat deze geen begrenzende factor vormt.

    • Ook de pompselectie moet zodanig hoog zijn dat deze niet als begrenzende factor functioneert.

    • Zoals bij maximale stroomsnelheid besproken, is het mogelijk om de berekening te maken met een combinatie van de methode van constante snelheid en constante druk.

    • Als u een drukverliesgrafiek neemt, en u tekent daar de lijn van constante snelheid en constante druk in, dan ziet u dat de grotere diameters worden berekend op snelheid en de kleinere diameters op druk.

    • De maximale weerstand per meter mag liggen tussen de 0 en 1000 pa.

  • [✓] Voorselectie pompdruk

    • Bij grote installaties is het raadzaam om de pompkeuze te betrekken in het leidingontwerp.

    • Wanneer de capaciteiten groot worden, speelt het energieverlies, veroorzaakt door de leidingweerstanden, ook een rol.

    • Het programma is zo opgezet dat, naast een maximale stroomsnelheid en een maximaal drukverlies per meter, ook een maximale pompdruk kan worden opgegeven. Wanneer er geen pompdruk voor de berekening wordt gekozen dan is het raadzaam om de pompdruk maximaal in te stellen.

    • De berekening en de keuze van de diameters is dan volledig afhankelijk van de maximale snelheid en de weerstand per meter leidinglengte.

    • Een correctie van de pompkeuze wordt door het programma uitgevoerd. Een voorstel tot deze correctie wordt aan u aangeboden. De correctie past de radiatorinregeldrukken aan.

  • Standaard sectie instellingen

    • Hier kunt u de standaard sectie-instellingen aanpassen voor het hele stelsel. De eigenschappen staan beschreven onder het onderdeel Sectie.